Niet de politie faalde, maar het systeem: wat de diefstal van 6.000 lachgasflessen werkelijk blootlegt

AccueilOpinionNiet de politie faalde, maar het systeem: wat de diefstal van 6.000...

De verontwaardiging was voorspelbaar. In de politiezone Halle slaagde een crimineel netwerk erin om duizenden reeds in beslag genomen lachgasflessen opnieuw buit te maken uit een verzegelde loods. De reflex in het publieke debat liet niet lang op zich wachten: hoe kan de politie zoiets laten gebeuren?

Die reactie is begrijpelijk, maar fundamenteel verkeerd gericht.

Wie dit dossier herleidt tot een vermeende operationele fout van de politie, mist het echte probleem. De gebeurtenissen in Halle tonen vooral de structurele zwakte van het Belgische beslag- en goederenbeheer aan. Niet de politie faalde hier in essentie, maar een systeem dat juridisch beslag organiseert zonder de logistieke consequenties ernstig te beheren.

De politie deed in eerste instantie exact wat van haar verwacht werd: een omvangrijke illegale voorraad onderscheppen en uit de criminele markt halen. Dat is geen detail. Het ging om meer dan 6.000 flessen lachgas met een aanzienlijke straatwaarde. Operationeel was dit net een succes.

Maar vanaf het moment dat de goederen in beslag werden genomen, bevond de politie zich in een juridisch strak omlijnd kader. In België beslist de politie immers niet autonoom wat er met in beslag genomen goederen gebeurt. Die bevoegdheid ligt bij de magistratuur, bij de procureur des Konings of de onderzoeksrechter, die het dossier beheert. De politie voert uit, maar beschikt niet vrij over vernietiging, overdracht of definitieve verwerking van het materiaal.

Dat onderscheid is cruciaal, maar verdwijnt vaak volledig uit het publieke debat.

Vanuit juridisch oogpunt is die structuur logisch. Bewijsmateriaal moet worden bewaard, rechten van verdediging moeten worden gegarandeerd en goederen kunnen niet willekeurig vernietigd worden. Alleen botst dat klassieke juridische model steeds vaker op de realiteit van moderne georganiseerde criminaliteit.

Want wat gebeurt er wanneer het “bewijsmateriaal” geen map documenten of enkele dozen betreft, maar duizenden onder druk opgeslagen gasflessen met explosierisico, hoge straatwaarde en een onmiddellijke aantrekkingskracht op criminele netwerken?

Dan komt Justitie terecht in een zone waarvoor het systeem nooit ontworpen werd.

Magistraten beschikken niet over industriële opslagcapaciteit. Politiezones evenmin. Reguliere opslagplaatsen zijn niet uitgerust voor gevaarlijke stoffen van die aard en omvang. En gespecialiseerde vernietiging is duur, complex en administratief omslachtig. Het gevolg is een bestuurlijke noodoplossing: tijdelijke opslag in gehuurde loodsen, beveiligd met verzegeling en beperkte bewaking.

Met andere woorden: de overheid creëert ongewild tijdelijke depots van waardevolle illegale goederen, terwijl georganiseerde criminaliteit perfect begrijpt hoe kwetsbaar die infrastructuur is.

Dat is geen individuele fout van een inspecteur, commissaris of lokale politiezone, maar een systeemfout.De politieke en maatschappelijke reflex om bij incidenten automatisch naar de politie te wijzen, is bovendien symptomatisch voor een bredere tendens waarbij operationele diensten verantwoordelijk worden gehouden voor structurele tekorten waarover zij nauwelijks controle hebben. Politie moet vandaag niet alleen criminaliteit bestrijden, maar tegelijk improviseren als logistiek beheerder, risicomanager en bewakingsfirma voor goederen die het justitieel apparaat zelf amper kan verwerken. Dat model is onhoudbaar geworden.

De zaak-Halle maakt vooral duidelijk dat België dringend nood heeft aan een modern beslagbeleid dat aangepast is aan hedendaagse criminaliteitsvormen. Niet alleen repressie aan de voorkant van de keten is belangrijk, maar ook professioneel beheer aan de achterkant: opslag, beveiliging, verwerking en snelle vernietiging van risicovolle goederen.

Daarvoor zijn structurele keuzes nodig. Voor bepaalde categorieën van gevaarlijke of economisch weinig relevante goederen moet versnelde vernietiging juridisch eenvoudiger worden gemaakt. Daarnaast heeft België nood aan gespecialiseerde, centraal beveiligde opslaginfrastructuur in plaats van ad-hoc oplossingen verspreid over lokale zones. Ook het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) zou een veel actievere operationele rol moeten krijgen binnen de logistieke keten van beslagbeheer.

Want zolang die hervormingen uitblijven, blijft men de politie verwijten maken voor problemen die in werkelijkheid voortkomen uit politieke en institutionele inertie.

De diefstal in Halle is daarom niet in de eerste plaats een verhaal over falende politie. Het is een confronterende illustratie van een overheid die wel beschikt over de macht om in beslag te nemen, maar onvoldoende investeert in de capaciteit om die inbeslagnames veilig en professioneel te beheren.

Annonce publicitairespot_imgspot_img

Articles les plus populaires