Uit nieuw onderzoek blijkt dat er op grote schaal geweld plaatsvond in Nederlandse strafkampen na de Tweede Wereldoorlog. In die kampen verbleven collaboratieverdachten. In getuigenverklaringen wordt omschreven hoe gedetineerden onder meer hun eigen ontlasting moesten eten en stokslagen kregen.
Na de bevrijding van Nederland werden naar schattingen van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) zo’n 140.000 tot 200.000 mensen naar strafkampen gebracht. Het ging om onder anderen collaborateurs en SS’ers, maar ook om « gewone burgers die toevallig een Duitse achternaam hadden ».
Uit nieuw onderzoek van een archief dat al sinds 2023 openbaar is, blijkt dat de kampbewaarders iedereen als veroordeelden behandelden. Op basis van de bevindingen worden door het NIOD tientallen voorbeelden van het structurele en wijdverspreide geweld genoemd.
Zo werden gedetineerden gedwongen om wormen te eten, werden ze onderworpen aan urenlange mishandelingen, werden ze in prikkeldraad gewikkeld en werden ze uitgehongerd. Vrouwen werden aangerand en verkracht en zwangere vrouwen werden in hun buik getrapt. Ook zijn er voorbeelden van mensen die willekeurig werden doodgeschoten.
« Het klinkt haast te gruwelijk om waar te zijn, als er niet zoveel voorbeelden waren van vergelijkbare schietincidenten in andere interneringskampen », schrijft historicus Ewoud Kieft. Hij omschrijft een van de verhoren als een verhaal vol « gruwelijk sadisme en redeloos geweld ».

Persoonlijke wraakacties
Sommige mishandelingen vonden plaats in grotere kampen zoals die in Vught en Westerbork, die na de bevrijding gebruikt werden als interneringskampen voor collaboratieverdachten. Maar « veel van de ergste misstanden » kwamen voor in kleine, onbekende strafkampen. Dat waren bijvoorbeeld scholen of fabrieken die zonder de juiste voorzieningen of toezicht werden ingericht voor de verdachten.
In totaal waren er meer dan tweehonderd van dit soort kampen. Het geweld daarin was soms gericht op een groep gedetineerden, maar uit de verklaringen blijkt dat er ook persoonlijke wraakacties werden uitgevoerd.
Zo werd NSB-burgemeester Peter Oldeman van Alblasserdam nachten achter elkaar gemarteld en levend begraven. In zijn tijd als burgemeester heeft hij opdracht gegeven voor razzia’s en huiszoekingen in de omgeving. Ook heeft hij verzetsstrijders laten oppakken. Volgens het NIOD is het waarschijnlijk dat sommige kampbewaarders directe familieleden of vrienden waren van slachtoffers van Oldeman.

‘Illusie dat Nederland terugging naar normaal’
Het is al langere tijd bekend dat er geweld plaatsvond in de strafkampen, maar volgens Kieft wordt nu pas duidelijk dat het op zulke grote schaal gebeurde en dat het aan de orde van de dag was. De historicus vond de archieven bij toeval, toen hij onderzoek deed naar een andere zaak.
De getuigenissen komen uit verhoren van een parlementaire enquête die na de Tweede Wereldoorlog werd gehouden, maar de uitkomsten verdwenen vervolgens grotendeels in het archief. Hoe ze zo lang onopgemerkt konden blijven, is Kieft een raadsel.
De archieven laten volgens de historicus zien dat de illusie dat Nederland na de oorlog terugging naar de « vooroorlogse rechtsorde » niet klopt. « Als een samenleving jaren in oorlogstoestand is geweest, bestaat er altijd een risico dat het geweld op een of andere manier blijft doorwerken. »
Om een vraag te kunnen stellen dien je in te loggen. Log in of maak binnen 1 minuut jouw gratis account aan.
Lees meer over:
Tweede WereldoorlogBinnenland
Source:
www.nu.nl




