Een man bestormde zaterdagavond met een vuurwapen een veiligheidscontrole in het hotel waar het diner van de White House Correspondents’ Association plaatsvond. Het is al de derde keer in drie jaar tijd dat Trumps leven in gevaar komt. Tijdens de verkiezingscampagne van 2024 overleefde hij twee moordaanslagen, waaronder een kogel die zijn oor schampte in het Pennsylvaanse Butler.
Dit keer rende de schutter naar de balzaal waar de president samen met honderden journalisten, regeringsfunctionarissen en gasten aan het dineren was. Veiligheidsdiensten openden het vuur, waarna de dader werd overmeesterd.
Het motief van de man is voorlopig onbekend. Toch zal deze nieuwe geweldsuitbarsting het debat onvermijdelijk aanzwengelen over de plaag van politiek geweld die de Verenigde Staten teistert. Daarbij rijst de vraag of Trump, een van de meest geviseerde presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis, wel voldoende wordt beveiligd.
‘Geen veilig gebouw’
“Het is een gevaarlijk beroep”, zei Trump achteraf in het Witte Huis, verwijzend naar zijn rol als politiek leider. Hij vergeleek zijn functie met die van een autocoureur of stierenvechter en stelde dat presidenten meer kans lopen om beschoten of gedood te worden. “Niemand heeft me ooit verteld dat dit zo’n gevaarlijke stiel was.”
Aan de ingangen van het hotel stonden geen metaaldetectoren opgesteld. Pas dieper in het Washington Hilton, dichter bij de balzaal, was een veiligheidsperimeter ingesteld. Op bewakingsbeelden die Trump deelde, is te zien hoe de schutter voorbij de eerste controlepost sprintte voordat hij vlak voor de zaal werd gevat.
Volgens Trump bewijst het incident waarom hij op het domein van het Witte Huis een eigen balzaal ter waarde van 400 miljoen dollar wil laten bouwen. Die zou volgens hem uitgerust worden met de modernste beveiligingstechnologieën. Over dat bouwproject lopen momenteel nog rechtszaken.
“Het is geen bijzonder veilig gebouw”, vertelde hij over het Hilton, om vervolgens een fel pleidooi te houden voor zijn eigen project. “Daar voorzien we kogelvrij glas. We hebben die balzaal nodig.”
Oor
Op 13 juli 2024 werd Trump de eerste zittende of voormalige Amerikaanse president sinds 1981 die een moordaanslag te verduren kreeg. Een kogel raakte toen zijn oor terwijl hij een toespraak hield in Butler.
De twintigjarige schutter loste meerdere schoten op Trump voordat de Secret Service het vuur beantwoordde en de dader doodde. Dat de man de president zo dicht kon naderen, leidde vrijwel onmiddellijk tot de roep om ingrijpende hervormingen. De bekwaamheid van de Secret Service werd stevig in twijfel getrokken.

Zaterdag prees Trump de reactie van de veiligheidsdiensten en andere instanties uitbundig. Hij bedankte expliciet de scherpschutter die de dader in Butler uitschakelde. “Hij raakte hem recht tussen de ogen vanop bijna vierhonderd meter afstand, zonder enige waarschuwing”, benadrukte Trump. “Als hij dat niet had gedaan, waren er nog veel meer doden gevallen, laat staan wat er met mij was gebeurd.”
Vervolgens verschool een man met een geweer zich op 15 september 2024 in de struiken bij de Trump International Golf Club in West Palm Beach, Florida, in de hoop Trump te vermoorden. De verdachte, Ryan Routh, werd veroordeeld voor poging tot moord en kreeg een levenslange gevangenisstraf.
Toen Trump zaterdagavond de vraag kreeg waarom hij zo vaak het doelwit van geweld blijkt te zijn, wees hij naar de enorme impact van zijn presidentschap.
“Ik heb moordaanslagen grondig bestudeerd en ik kan u vertellen dat de meest invloedrijke figuren de grootste doelwitten zijn”, stelde Trump. Hij voegde eraan toe: “De mensen die het meeste verwezenlijken, de mensen die de grootste stempel drukken, dat zijn degenen waarop ze jagen.”
Bedreigingen
Naast de bekende moordpogingen kreeg Trump ook met andere bedreigingen te maken. Volgens federale aanklagers smeedden Iraanse agenten plannen om hem uit de weg te ruimen. Dat moest een vergelding worden voor de Amerikaanse moord op generaal Qassem Soleimani tijdens Trumps eerste ambtstermijn. Soleimani stuurde destijds de Iraanse terreurcampagne mee aan.
De president is het meest prominente mikpunt van politiek geweld, maar de reële dreiging treft al jarenlang ambtsdragers op lokaal, statelijk en federaal niveau. Het geweld eiste al slachtoffers bij beide grote politieke partijen.
Zo was er in 2017 de schietpartij op Republikeinen tijdens een honkbaltraining voor Congresleden. Daarbij stierf Afgevaardigde Steve Scalise bijna. Vorig jaar nog werd de conservatieve activist Charlie Kirk vermoord.
Ook Democraten liggen onophoudelijk onder vuur. In Minnesota kwam een Democratisch parlementslid samen met haar man om het leven, de woning van de Pennsylvaanse gouverneur Josh Shapiro vloog in brand na een gerichte aanval, de echtgenoot van voormalig parlementsvoorzitter Nancy Pelosi werd toegetakeld met een hamer, en bij een campagnekantoor van Kamala Harris in Arizona vielen schoten.
Bovendien bestormde een pro-Trump-menigte op 6 januari 2021 het Capitool. Bij die rellen raakten zo’n honderdvijftig politieagenten gewond.
Het aantal bedreigingen tegen Congresleden van beide partijen is pijlsnel de hoogte in geschoten. Trump stond zaterdagavond openlijk stil bij dat grimmige klimaat.
“In het licht van de gebeurtenissen van vanavond vraag ik alle Amerikanen om zich er met heel hun hart opnieuw toe te verbinden onze meningsverschillen op een vreedzame manier op te lossen”, zei de president.
Source:
www.demorgen.be




