AccueilNederlands‘Thibau kan je in de ogen kijken en oprecht vragen: ‘Hoe voel...

‘Thibau kan je in de ogen kijken en oprecht vragen: ‘Hoe voel je je nu écht?’’: Anna Eikendal vond de liefde bij Thibau Nys

Anna deed tot haar 19de aan atletiek en is sinds twee jaar pilatesinstructrice. Ze oogt fit en scherp, en blaakt van gezondheid. We zitten in het huis van Isabelle, de mama van Thibau. Vader Sven woont drie kilometer verderop.

Anna Eikendal: “Thibau en ik hebben altijd geswitcht tussen de twee. Slapen deden we vooral bij Sven, voor het avondeten kwamen we naar hier, naar Isa. En nu gaan we dus uit huis. Eergisteren hebben we de eerste keer in Leuven geslapen.” (lacht)

Ook voor Sven en Isabelle en hun partners een hele verandering, neem ik aan. Het jong verlaat het nest.

“Ja, maar zij hadden al een beetje kunnen wennen aan het idee, want we hebben het appartement al efkes. Zo’n project loopt altijd vertraging op, hè. De vloer die we hadden gekozen, bleek niet meer leverbaar, dus moesten we een andere kiezen.

“Sven en Isabelle zijn al heel vaak in het appartement geweest. Ze hebben ons geweldig geholpen met dozen leegmaken, schoonmaken, dingen in elkaar zetten. Maar Thibau wordt 24 dit jaar, we zijn vijf jaar samen, dan is het logisch dat je gaat samenwonen.”

U zei dat jullie het appartement al efkes hebben. Al goed ingewijd in het Vlaams-Brabants?

(lacht) “De eerste maanden dat ik in België woonde, heb ik in mijn telefoon een lijst aangelegd met woorden waarvan ik de betekenis niet kende. Inmiddels gebruik ik sommige al zelf. ‘Efkes’ was een van de eerste. Hier heb ik hem: december 2021, ‘Thibaus Belgische woorden’. Talloor is bord, frinket is vork, toernavies is schroevendraaier, de dampkap is de afzuiger, vlieger is vliegtuig, confituur is jam, frigo is koelkast, subiet is zo meteen, tegoei is juist, taffelen is treuzelen, verschieten is schrikken, en dat gaat zo maar door.” (lacht)

“Iets wat ik nog altijd niet begrijp, is waarom jullie van een vrouw die zwanger is, zeggen dat ze ‘een kind gaat kopen’. En nog gekker: als ik vraag waar dat vandaan komt, kan niemand het me uitleggen. (lacht) Achteraf gezien heb ik wel chance gehad dat ik in Vlaams-Brabant ben terechtgekomen, en niet in West-Vlaanderen, want daar was ik nooit wijs uit geraakt.”

Bron Koen Bauters

Wat mist u van Nederland?

“Ik mis soms wel een beetje de Nederlandse mentaliteit. Het is een cliché, maar: wij zijn opener. Heb ik mij als Nederlandse aangepast aan België? (Denkt even na) Ik denk het wel. Vroeger flapte ik er alles uit wat in mijn hoofd opkwam, nu denk ik misschien toch iets langer na. Als Thibau lang in het buitenland is, ga ik vaak voor een tijdje naar mijn ouders, en dan merk ik plots weer dat de mensen in Nederland je aanspreken op straat: ‘Hallo, hoe gaat het met je? Wat zie je er leuk uit. Wat een mooie outfit heb je aan. Prettige dag nog.’”

Daar doen wij niet aan mee, nee. Ik toch niet.

(lacht) “Nee, jullie zijn gereserveerder. Waar op zich niets mis mee is, hè. Want alles er zomaar uitflappen is ook niet altijd goed. Maar ik mis toch een bepaalde openheid.”

Hoe hebben Thibau en u elkaar leren kennen?

“Goh, lang verhaal kort: via Pim Ronhaar. Pim zit met Thibau in de crossploeg van Sven, Baloise-Het Poetsbureau, en had destijds een relatie met een van mijn beste vriendinnen. Ze vroeg aan Pim: ‘Zeg, zit er geen andere leuke jongen meer bij jullie in het team? Want mijn vriendin Anna is sinds een halfjaar single.’ (lacht) Hij bezorgde haar de gegevens van Thibau, van wie ik nog nooit had gehoord.”

“Hij zag er goed uit, vond ik. Via Instagram hebben we contact gezocht. En nog dezelfde dag hebben we al drie uur aan een stuk gefacetimed. (lacht) Dat was op een donderdag. En op maandag, drie dagen later, hebben we elkaar een eerste keer ontmoet. Ik had nog geen rijbewijs, maar je mocht gelukkig nog wel met de trein reizen – het was in coronatijd. Na die eerste ontmoeting ben ik eigenlijk nooit meer écht vertrokken uit België. Toen ik aan het eind van dezelfde week terugkwam, had ik al spulletjes bij me.” (lacht)

Quote van .

‘Thibau kan je in de ogen kijken en oprecht vragen: ‘Hoe voel je je nu écht?’ Hij maakte dingen bij me los die ik lang had opgekropt’

“Zo snel is het gegaan, ja. Zot, hè? En in het weekend tussen het eerste contact op Instagram en onze eerste ontmoeting hebben we nóg twee keer drie, vier uur gefacetimed. De waterval aan verhalen die we voor elkaar hadden, was niet te stoppen. Dat had ik nog nooit met iemand meegemaakt. En onze gesprekken gingen meteen diep.

“Ik was een halfjaar single geweest, na een relatie van drie jaar, en ik had in dat halfjaar veel opgekropt. En Thibau maakte dat in ons eerste gesprek al meteen bij me los. Die kan je zo in de ogen kijken en oprecht vragen: ‘Hoe gaat het met je? Hoe voel je je nu echt?’ En dat trok me enorm aan. Ik vond dat heel bijzonder.

“Ik sprak niet makkelijk over mijn gevoelens, zelfs niet met mijn vriendinnen. Maar bij Thibau voelde ik me meteen veilig genoeg om alles met hem te kunnen delen. Omdat ik het idee had dat hij echt luisterde en tijd voor me nam. Veel mensen hebben de neiging al snel over zichzelf te beginnen, zo van: ‘Ja, ik heb dat ook meegemaakt, en ik heb dat toen zus of zo ervaren.’ Thibau niet.”

Hij zei in HUMO: ‘Hoe je overkomt in de media en bij de fans, máákt je als atleet. Ik ben daar niet bewust mee bezig, maar het is wel belangrijk.’

“Dat zit in hem, denk ik. Hij is letterlijk in die wereld geboren. Ik vind dat Sven het altijd supergoed deed in de media, en van zo’n voorbeeld kun je alleen maar leren. Als ik interviews van hem terugzie en ze vergelijk met die van Thibau, zie ik heel veel gelijkenissen. Ze wegen hun woorden, maar zeggen toch altijd wat ze denken.”

Ik denk dat Sven toch iets voorzichtiger en braver was, nee? Thibau heeft een tikje meer branie en pit – sorry, Sven.

(lacht) “Het gaat hem makkelijk af. Hij moet niet lang nadenken als hij een microfoon onder de neus krijgt. En hij is altijd zichzelf. Hij doet gewoon zijn ding, en die camera’s horen er dan af en toe bij. Zoals in DNA Nys bijvoorbeeld, die VRT-reeks over zijn familie. What you see is what you get bij Thibau: ook dat pure trok mij aan.”

Het valt me op dat hij na een mindere prestatie zelden of nooit naar excuses zoekt.

“Het klinkt misschien stom, maar wat kun je soms na een slechte koers of cross anders zeggen dan dat het niet ging? Als er geen excuses zijn, zijn ze er niet. Thibau denkt: waarom zou ik daarover liegen? En mensen waarderen dat, denk ik.

“Ik vind wel dat je in de sport heel snel van hero naar zero gaat, en weer terug. Dat is niet typisch Belgisch, hoor, dat is in Nederland en elders ook zo. Maar ook daar gaat Thibau goed mee om, vind ik.”

U bent al op je 19de uit Nederland naar België gekomen. Hoe was het om zo jong uw familie en vrienden achter te laten?

“Ik woonde toen al wel op mezelf. Ik deed aan hardlopen, de 800 en 1.500 meter, en woonde al een halfjaar met enkele vriendinnen samen op Papendal (het grootste trainingscentrum van Nederland, thuisbasis van TeamNL, waar honderden topsporters trainen en wonen, red.), op een halfuurtje van mijn thuis in Oosterbeek, bij Arnhem.

“Het eerste jaar in België was heel erg aanpassen, en vooral een zoektocht naar wat ik zelf nog wilde doen. Zette ik mijn carrière in de atletiek voort? En waar en hoe dan? Ik wilde stilaan ook wel wat centen verdienen: zou ik dat ooit kunnen met atletiek? Moest ik misschien opnieuw gaan studeren? En wat met mijn modellenwerk? Het was een wirwar aan emoties en vraagtekens, en het puberbrein dat ik toen nog had, wilde zevenduizend dingen tegelijk.”

Laten we met één ding beginnen: de atletiek.

“Mijn opa, Jan Zijderlaan, was een goeie veldloper. Hij is tussen 1966 en 1970 drie keer Nederlands kampioen geworden. Hij liep ook de 5.000 en 10.000 meter. Iedereen aan die kant van de familie liep: mijn mama, mijn zusje, mijn neefjes en nichtjes. Het zat in de genen.

“Mijn trainer Honoré Hoedt, die bondscoach van de halflange- en langeafstandsnummers was geweest in Nederland, mocht met zijn atleten trainen op Papendal.”

‘Thibau moet niet lang nadenken als hij een microfoon onder de neus krijgt. Hij doet gewoon zijn ding: what you see is what you get.’Bron Instagram

Een walhalla voor topsporters.

“Uniek in de wereld. Je beschikt er over de allerbeste infrastructuur, en alles wat Nederland aan talent heeft, komt er samen. Hoedt, die ook heeft gewerkt met Sifan Hassan (olympisch marathonkampioene in Parijs 2024, red.), was een heel goeie trainer. Toen ik naar België verhuisde, heeft hij enkele mensen hier gecontacteerd om mij onder hun hoede te nemen, en ik heb zelf een mailtje gestuurd naar de atletiekclub van Leuven, maar die wilden enkel mensen die al naar een Europees of wereldkampioenschap voor senioren waren geweest.

“Alle dagen op en neer naar Papendal was uitgesloten, dus ik heb een tijdje op mijn eentje getraind. Op de atletiekbaan van Betekom. Maar in volle voorbereiding op de Nederlandse kampioenschappen in september – Thibau en ik waren toen drie maanden samen – ben ik opgenomen in het ziekenhuis met een blindedarmontsteking. Na mijn operatie mocht ik zes weken niet lopen. Ook weer een periode waarin ik tijd had om na te denken.»

“Opnieuw: is dit eigenlijk wel wat ik wil? Het is alsof ik tijdens die zes moeilijke weken uit de atletiekwereld naar een andere wereld was geteleporteerd. Want toen ik weer kon trainen, was mijn focus helemaal weg. Wat vroeger altijd een uitlaatklep was geweest, werd nu een opgave. Thibaus crossseizoen was inmiddels opnieuw begonnen en ik had meer motivatie om mee naar de cross te gaan dan om een lange duurloop te doen. De veer was gebroken.”

Kunt u er de vinger op leggen waarom die veer precies is gebroken?

“Ik denk dat we dan verder terug moeten in de tijd. Toen ik 13 was, liep ik voor mijn leeftijd abnormaal hard. Ik zat in een lichting met nog twee sterke meisjes, Anna Hightower en Anne Knijnenburg, en met ons drieën liepen we alles stuk. Zowel op de piste als in het veld. Dan won de één, dan weer de ander. We liepen tijden die nog nooit gelopen waren door meisjes van die leeftijd.”

“Of kapotgetraind, zou je het in mijn geval misschien ook kunnen noemen. Ik had toen nog een andere trainer, één die van de harde aanpak was. Ik zat ook niet goed in de groei, ik kreeg mijn regels niet. Enfin, in de vijf jaar die volgden, heb ik nooit meer een persoonlijk record gelopen. Alsof ik constant op een muur botste. Toen ik er dan eindelijk toch één liep, vlak voor ik Thibau leerde kennen, was dat maar een heel minieme verbetering.

“Ik had op dat moment al veel verder moeten staan, en omdat ik er vijf jaar lang alles voor had gedaan, kreeg ik het gevoel dat de top misschien te hoog gegrepen was. Anxiety neemt het dan over, weet je. En ik zei tegen mezelf: ‘Anna, ik denk niet dat het gaat lukken, joh. Dat was een pijnlijke vaststelling.’”

Quote van .

‘Elke, Lien, Sarah: de andere wielervrouwen waren meteen zo lief voor mij. En ze praten gelukkig niet alléén over de koers’

“Als we dit gesprek toen hadden gevoerd, was ik nu ongetwijfeld in huilen uitgebarsten. Ondertussen kan ik er goed over praten, maar ik vond het zwak en teleurstellend van mezelf. Nog nooit had ik iets opgegeven. Niet in de sport, niet op school, ook niet in vriendschappen of relaties. Als je toen zou hebben gevraagd wat mijn beste eigenschap was, had ik zeker geantwoord: mijn doorzettingsvermogen. Ik was dat even helemaal kwijt.

“Dus ja, ik ben eerlijk moeten zijn tegen mezelf, maar nu ben ik blij dat ik de keuze om te stoppen heb gemaakt.”

“Thibau had me altijd aangemoedigd om door te gaan – ‘Zullen we nog wat gaan lopen, Anna? Zullen we wat core doen?’ – maar hij begreep mijn beslissing heel goed. Net als Sven en Isabelle. Ook al kende ik hen toen nog niet zo goed, want we waren nog maar een paar maanden samen. Iedereen was zo warm, ik voelde me hier veilig met mijn struggles. Ik heb vier fantastische schoonouders, dat heeft de aanpassing makkelijker gemaakt.”

Heeft Thibau u ooit zien lopen?

“Eén keer, in een veldloop in Herentals. Mijn eerste koers na mijn operatie, en het liep van geen kanten. Ik kon wel wenen van miserie, maar ik vond het lief dat hij er was. Het was ook de laatste wedstrijd die ik gelopen heb.”

“Een keer of vijf per week loop ik tussen de zes en vijftien kilometer, afhankelijk van hoeveel tijd ik heb en hoe ik me voel. ’s Ochtends loop ik meestal langer dan ’s avonds, want dan heb ik er al een dag pilates op zitten. En ik haal er opnieuw veel plezier uit. Maar ik heb geen specifiek sportief doel meer of zo.”

Na zijn knieoperatie mocht Thibau vier weken zijn fiets niet aanraken. Liep hij de muren op?

“De laatste week zeker, maar in het begin viel het nogal mee. Er moest toen nog van alles gebeuren in het nieuwe appartement, en dat zorgde voor afleiding. E-mails versturen, telefoontjes plegen, even naar Leuven rijden om de deur open te maken voor mensen die iets kwamen leveren of kwamen klussen: geen fysiek belastende dingen, want dat kon en mocht niet uiteraard.

‘Harde kritiek, drugs, eetstoornissen… Ik had ooit grote ambities voor mijn modellencarrière, maar van dat wereldje wil ik geen deel uitmaken.’Bron Photo News

“Hij heeft ook heel hard gerevalideerd bij Move to Cure, de praktijk van kinesist Lieven Maesschalck. Vier keer per week reed hij naar Antwerpen. En elke dag zei hij minstens één keer dat hij niet kon wachten om opnieuw op de fiets te kruipen.” (lacht)

Maakte hij zich soms zorgen?

“Hij is aan zijn linkerknie geopereerd, en plots zag hij een verschil in spiermassa tussen zijn linker- en rechterbeen: ‘Kijk nu, Anna!’ Hij heeft dat inmiddels al lang weer opgebouwd natuurlijk, maar dat was toen wel een momentje van ongerustheid. Hij is daar bij mij heel open over, hij houdt zijn zorgen niet voor zich.

“In die eerste weken na de operatie was hij iets meer down. Maar sinds hij opnieuw mag fietsen en trainen, is dat omgeslagen in een heel positieve mindset. Hij komt zo meteen terug van training en dan krijg ik zeker een berichtje: ‘Goed getraind, voelde me super vandaag, het gaat beter en beter.’”

Hij heeft de Giro en de Ardense klassiekers niet kunnen rijden.

“Toen de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik- Bastenaken-Luik eraan kwamen, zag ik dat wel aan hem. Drie koersen waar hij vorig jaar goed gepresteerd had en waarnaar hij erg had uitgekeken (Nys werd vorig jaar 12de in de Amstel, 8ste in de Waalse Pijl en 5de in Luik-Bastenaken-Luik, red.). Hij heeft er niet willen naar kijken, wat ik wel begrijp. Ik zie heel graag koers en was van plan wel te kijken, met wat vrienden, maar ik kreeg het niet over mijn hart. Ik wilde solidair zijn met Thibau.”

“Mijn mama, Ester, is directiesecretaresse bij een bouwbedrijf, en mijn papa, Gertjan, leidt een zaak van BMW-motoren in Amersfoort. Toen ik klein was, heeft hij nog geracet op het circuit van Assen, en zelfs op dat van Zolder, maar dat doet hij al lang niet meer. Hij is nu een fervent mountainbiker. Samen met mijn mama en mijn zusje, Sophie, heeft hij onlangs Luik-Bastenaken-Luik voor recreanten gereden. Het staat bij hen thuis ook vol met fietsen. Dat was vóór ik met Thibau was ook al zo, hoor, maar ik heb de indruk dat het sindsdien wel is verergerd.” (lacht)

“Nee, ik kom niet tot rust op een fiets. Bij het lopen kan ik mijn hoofd helemaal leegmaken, op de fiets erger ik me aan alles: het verkeer, een verkeerslicht dat op rood springt waardoor ik moet uitklikken, te felle wind… Ik moet te veel rekening houden met de omgeving om tot rust te komen.

‘Toen ik 13 was en nog atletiek deed, liep ik voor die leeftijd abnormaal hard. Daarna ben ik vijf jaar lang tegen een muur gebotst: ik was kapotgetraind.’Bron Instagram

“Ik ben tijdens een koffieritje naar Leuven twee jaar geleden ook nog eens heel stom gevallen. Ik gleed uit over wat grint op de weg. Ik ben eerst in een beek terechtgekomen en ben dan over de kop gegaan. Mijn mond zat vol bloed, en ik weet nog dat ik riep: ‘Mijn nek, mijn nek!’ Ik dacht dat die gebroken was, maar hij deed gewoon erg pijn. We waren met een tiental mensen, Thibau was er ook bij. Ik voelde me zo sukkelig. Respect voor al die wielrenners, mannen en vrouwen, die hard vallen en de volgende dag geschaafd en geblutst weer aan de start staan. Of nog erger: na een lange revalidatie.”

Je zult maar Sarah De Bie zijn, de vrouw van Wout van Aert.

“Dat wilde ik net zeggen. Wat zij al allemaal te verduren heeft gekregen, en Wout zelf ook natuurlijk. Het is al zo vaak gebeurd bij hen, dat moet telkens een enorme impact hebben op je gezinsleven. Ik kan alleen maar respect hebben voor hoe zij daarmee omgegaan zijn.”

Elke Bleyaert vertelde me dat u ondertussen ook deel uitmaakt van een groepje bevriende wielervrouwen, onder wie de vrouw van Wout.

“Ja, in het begin kon ik moeilijk mijn draai vinden in het wegwielrennen, maar toen Thibau voor Lidl-Trek ging rijden, waren daar plots Elke, de vrouw van Jasper Stuyven, en Lien (Crapoen, red.) van Edward Theuns. Lien is trouwens net bevallen. En die waren zo lief voor mij: ‘We gaan vanavond iets eten, kom mee.’ Daar ben ik hun heel dankbaar voor. Ook tijdens de Tour vorig jaar zijn we de dag voor de laatste rit met z’n allen gaan eten. En wat ook leuk is: er wordt niet alleen over de koers gesproken.”

Het zijn wel vrouwen die al in een andere levensfase zitten.

“Ja, de meesten zijn ouder en hebben al kinderen. En die zijn er ook vaak bij. Ik zie mezelf nu nog niet met kinderen. We zijn allebei nog jong en hebben zoiets van: dat zal ooit weleens komen, maar we gaan ons daar nu nog niet mee bezighouden. Maar ondanks dat leeftijdsverschil vind ik wel aansluiting bij hen. En dat is fijn.”

We hebben het nog niet over uw werk als model gehad.

“Ik ben er op mijn 17de mee begonnen. Nadat ik was gestopt met atletiek, wilde ik naar Istanbul, voor wat men noemt een long stay. Dan ga je via een agency voor drie maanden naar het buitenland om modellenwerk te doen en een portfolio op te bouwen. Achteraf bekeken was dat modellenwereldje niks voor mij. Maar zoals ze in Nederland zeggen: soms moet je op je bek gaan om te ontdekken wat wel en niet werkt.”

“Ik kwam in een huis terecht waar ik opeengepropt zat met tien andere meisjes die allemaal rookten en gebruikten. En dat is niet echt in mijn straatje. Het rook er permanent naar wiet. Ik heb ze nooit zien gebruiken, maar er lagen ook andere substanties waarvan ik dacht: dit klopt niet. Hygiëne was ver te zoeken. Na een week of drie werd ik er doodziek van. Het was totaal niet wat ik ervan had verwacht. Godzijdank had ik mijn vliegtickets zelf betaald, en kon ik er onderuit. Normaal betaalt de agency je tickets en moet je die via modellenwerk terugverdienen. Maar ik heb zo snel mogelijk een terugvlucht geboekt en ben naar huis gekomen.”

Zijn uw ambities op dat vlak ooit groot geweest?

“Zeker. Ik heb ooit op het punt gestaan een tijdlang naar Milaan te gaan. Ik ben wel iets te klein, normaal moet je voor de catwalk boven de 1 meter 74 zijn. Voor shoots speelt de lengte minder een rol. Ik was toen nog wel in mijn modellen-shape: ik had mijn maten qua borst en taille, alleen mijn heupen waren 2 centimeter te breed.”

Maar u bent toch niet gegaan?

“Nee, ik had contact met een meisje dat al in Milaan zat, en haar verhalen leken erg op wat ik in Istanbul had meegemaakt. Ze vertelde me hoe ze tijdens castings elke dag werd uitgekakt: ‘Je bent te dik, je hebt een te grote neus en te grote oren…’ Zeven castings per dag doen, en zeven keer uitgespuwd worden: dat zag ik niet zitten. Plus, groter dan 1 meter 74 zou ik wel niet meer worden, en ook al deed ik mijn uiterste best – sporten, diëten – die 2 centimeter aan mijn heupen kreeg ik er niet af.”

Een milieu waar een eetstoornis op de loer kan liggen, nee?

(knikt) “In Istanbul heb ik meisjes gezien die alleen nog maar watjes aten.»

“Gewoon, watten om je af te schminken of een wond schoon te maken. Als je die opeet, zetten ze uit in je maag en heb je geen hongergevoel meer. Dat waren meestal de meisjes die al niks hadden toen ze daar arriveerden, en alles wat ze verdienden opstuurden naar hun familie in Brazilië, Rusland of Oekraine. Ik vond dat zo’n fucked up mindset. Toen ik thuiskwam, dacht ik: dit was niet normaal, dit was ongezond, en hier wil ik geen deel van uitmaken.”

“Jazeker, maar ik zeg alleen ja tegen opdrachten waar ik ja tegen wil zeggen. En wil de klant mij om een of andere reden niet, even goede vrienden. Als het niet kan wegens mijn werk in de pilatesstudio zeg ik nee. Pilates gaat voor.

“Mijn lichaamsbouw is ook anders geworden door pilates. Ik ben gespierder en word nu meer gevraagd voor sportgerelateerde opdrachten. Zo heb ik ooit een shoot gedaan met Dafne Schippers (dubbele wereldkampioene op de 200 meter, red.) voor Adidas, en voor Runners World, een tijdschrift over atletiek dat ook in Vlaanderen wordt verkocht.”

‘Zijn laatste koers was het WK veldrijden in Hulst, dan spreken we over eind januari. Gippingen en de Ronde van Zwitserland worden dus een soort meting: waar sta ik nu?’Bron Photo News

U doet al vier jaar pilates, waarvan twee jaar als instructrice. Wat is pilates precies?

“Het is ontstaan als een revalidatietechniek voor mensen met rugproblemen, maar is inmiddels geëvolueerd naar een fitnesswork-out. Alleen til je geen gewichten zoals bij pure powertraining in de gym. Powertraining is veel explosiever en gericht op verkorting van de spieren, waardoor je sneller resultaat ziet in spiermassa: gespierdere armen, buikspieren die zich meer aftekenen. Pilates richt zich meer op de diepere spieren en maakt ze juist langer.

“Het komt er vooral op neer je core te versterken. Als je een hele dag aan je bureau zit en voelt dat je in mekaar aan het zakken bent, kun je met pilates rond het midden van je lichaam spieren ontwikkelen die je beter rechtop houden, waardoor je minder rugklachten krijgt.”

Doet Thibau pilatesoefeningen?

“Voor hij gaat trainen stretcht hij, en ’s avonds ook. Met pilatesoefeningen die hij van mij heeft geleerd, werkt hij aan zijn core om zijn onderrug sterker te maken. Heel veel wielrenners hebben last van hun onderrug. Door lang in dezelfde houding op de fiets te zitten, of in de cross een uur lang veel kracht uit hun onderrug te moeten halen.”

Thibau reed net de Grote Prijs van Gippingen in Zwitserland, gevolgd door de Ronde van Zwitserland. Wat met het Belgisch kampioenschap in Brasschaat, eind deze maand?

“Daarvan durf ik te zeggen dat hij er nauwelijks ambitie voor zal hebben, aangezien het vlakke parcours in Brasschaat iets voor de zuivere sprinters zal zijn. Maar je weet natuurlijk nooit. En in juli gaat hij drie weken trainen op Mallorca. Individueel, niet met de ploeg. Thibau traint daar heel graag in het heuvelachtige binnenland. We hebben dat vorig jaar ook gedaan en dat heeft toen heel goed uitgepakt. Ik weet zeker dat hij op Mallorca heel veel van zijn moral zal terugvinden. Ik ga mee: dat is mijn vakantie, en bij langere trainingen rijd ik in de auto achter hem om af en toe een bidon aan te geven.

“Na Mallorca volgt de Ronde van Burgos of de Ronde van Polen, dat is nog niet beslist, en dan de Vuelta natuurlijk.”

Om misschien daar een selectie af te dwingen voor het wereldkampioenschap in Montreal?

“Ik weet dat hij dat WK heel graag zou willen rijden, maar ik denk dat hij pas in de buurt van de start van de Vuelta zijn echte ambities in die richting zal kunnen uitspreken.”

Het meisje dat zevenduizend dingen tegelijk wilde, heeft haar weg wel gevonden, lijkt me.

“Sinds een jaar of twee is er een perfecte verhouding tussen de carrière van Thibau, mijn werk als pilatesinstructeur en het huishouden dat er nu aankomt en waar ik helemaal klaar voor ben. Ik heb een balans en een tempo gevonden waar ik lang naar op zoek ben geweest. En dat wil ik nog lang zo houden.”

Belgisch kampioenschap wielrennen in Brasschaat, nu zondag op 28/6


Source:

www.demorgen.be

Articles similaires

Annonce publicitairespot_imgspot_img