Trump zegt gevaarlijk beroep te hebben: ‘Moeilijker te beveiligen dan eerdere presidenten VS’

AccueilNederlandsTrump zegt gevaarlijk beroep te hebben: 'Moeilijker te beveiligen dan eerdere presidenten...

Dat president Trump een een risicovolle functie heeft, lijkt hij ook zelf goed te beseffen. « Ik kan me geen beroep voorstellen dat gevaarlijker is », zei hij vlak nadat een schutter gisteravond het Correspondents’ Dinner van het Witte Huis probeerde te betreden. De schutter werd overmeesterd.

Zijn uitspraak lijkt ook te kloppen. Van de 45 mannen die ooit president zijn geweest, zijn er 20 doelwit geweest van een aanslag. Dat is meer dan 40 procent. Van hen kwamen er acht nooit direct onder vuur, werden er vijf aangevallen maar niet geraakt, raakten er nog eens drie gewond en werden er vier vermoord. Dat komt neer op 8,9 procent dat het niet overleefde.

Houthakker

Ter vergelijking: het gevaarlijkste civiele beroep in de VS is houthakker. Elk jaar sterven 110 houthakkers per 100.000 als gevolg van hun werk. Dat is 0,0011 procent. Al is dat een jaarlijks percentage en niet over een hele carrière, zoals de cijfers bij presidenten. Dat legt nog steeds de risico’s van de functie bloot.

Ook president Trump leek geschokt door deze cijfers. « Niemand had me verteld dat dit zo’n gevaarlijk beroep was », zei hij. Op een luchtige toon grapte hij: « Als Marco Rubio me dat had verteld, had ik mezelf misschien niet als kandidaat gesteld. Misschien had ik gezegd: ‘Ik sla dit liever over.' »

Bekijk de reactie van Trump op het schietincident:

Betaald om te beschermen

In 1865 werd Abraham Lincoln, die de slavernij afschafte, de eerste Amerikaanse president die slachtoffer werd van een dodelijk aanslag. Ironisch genoeg autoriseerde hij op diezelfde dag nog de oprichting van de Secret Service – de dienst verantwoordelijk voor de bescherming van de president. 

Echter was de taak van de dienst toen nog het bestrijden van vals geld. Naast Lincoln, kwamen ook James A. Garfield (1881), William McKinley (1901), en John F. Kennedy (1963) door aanslagen om het leven.

Pas vanaf 1901, na de moord op McKinley, kregen zij ook de taak om de president te beschermen. Indien nodig moeten agenten bereid zijn om hun leven op te geven voor dat van de president. Zij moeten dus letterlijk voor een kogel springen. In twee gevallen hebben ze dat ook daadwerkelijk gedaan, één keer kostte dat ook een agent zijn leven.

Er worden steeds meer kritische vragen gesteld over de Secret Service die de president moet beschermen, ziet RTL-correspondent Erik Mouthaan. « Mensen willen weten hoe het kon dat iemand zo dicht bij de president kon komen met wapens », vertelt hij. « Dit zal zeker leiden tot nieuwe onderzoeken in het parlement. »

Na de aanslag in 2024 waar een schutter een kogel op Trump afvuurde en zijn oor raakte, zijn de problemen binnen de Secret Service steeds meer onder een vergrootglas komen te staan. Na dat incident is de leiding van de dienst vervangen. « Het is heel moeilijk voor de Secret Service om voldoende agenten te vinden en vast te houden », zegt Mouthaan. « Het is extreem zwaar werk: lange dagen, altijd beschikbaar moeten zijn, en je moet fysiek in topconditie zijn. »

Mouthaan ziet ook dat president Trump moeilijker te beveiligen is dan eerdere presidenten. « Deze president verplaatst zich veel binnen het land. Dat maakt hem lastiger te beveiligen dan een president die vooral in of rond het Witte Huis blijft. » Hij voegt toe: « Op het moment dat de president besluit ergens heen te gaan, moet het hele veiligheidsplan ineens om en moet ook de Secret Service zich verkassen. »

 

Daarnaast spelen de gepolariseerde meningen rond Trump een grote rol. « Deze president roept enorm veel emoties op bij Amerikanen. Er is geen ander persoon in de VS die zoveel haat oproept », zegt Mouthaan. En dat is deels ook te wijten aan het gedrag van de president zelf. « Hij speelt zelf ook met die emoties door de aggressieve en soms geweldaddige taal die hij gebruikt. » Zo dreigde hij ‘een complete beschaving’ te doden, verwijzend naar Iran.

Die emoties gaan samen gepaard met soepele wapenwetgeving. In de VS hebben burgers minstens 393 miljoen wapens in handen op een bevolking van 349 miljoen. Dat verhoogt de kans dat een gewapend iemand in de buurt van de president komt.

Wie schiet een president?

De motieven van mensen die aanslagen plegen op de president verschillen enorm. In 63 procent van de gevallen ging het om ideologische motieven. Zo werd William McKinley in 1901 gedood door een anarchist. Harry Truman werd in 1950 beschoten door mannen die voor de onafhankelijkheid van Puerto Rico vochten. Plannen om president Obama te doden werden onder meer gemotiveerd door racisme. Ook bij een eerdere aanslag tegen president Trump op een golfbaan speelde politieke motieven een rol.

Toch is niet iedereen gemotiveerd door grote ideeën. In bijna één op de drie gevallen gaat het om mensen met mentale problemen. De man die Ronald Reagan in 1981 neerschoot zei dat hij Reagan had willen vermoorden om indruk te maken op actrice Jodie Foster. Hij werd daardoor naar een psychiatrische instelling gestuurd. 


Source:

www.rtl.nl

Annonce publicitairespot_imgspot_img

Articles les plus populaires