Brussel — In Brussel ontstaan ernstige zorgen over het gedrag van Vincent Depaignede coördinator van de Europese Commissie voor de dialoog met kerken, religieuze verenigingen en niet-confessionele organisaties onder Artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU). Meerdere belanghebbenden beweren jaren van willekeurige toegangscontrole, subjectieve uitsluitingen En gebrek aan onpartijdigheid in een door het Verdrag opgelegd proces dat bedoeld is om open en transparant te blijven.
Voor achtergrondinformatie over de Artikel 17-dialoog, zie onze analyse: EU-dialoog en godsdienstvrijheid.
Een door het Verdrag verplichte dialoog, naar verluidt gevormd door persoonlijke discretie
Artikel 17 VWEU vereist dat de EU-instellingen een “open, transparante en regelmatige dialoog” met kerken en filosofische organisaties. Verschillende groepen die daarvoor in aanmerking komen, melden echter dat zij er niet in zijn geslaagd zelfs maar een kennismakingsgesprek met de heer Depaigne te krijgen, en sommigen wachten sindsdien 2017.
Volgens getuigenissen heeft de coördinator naar verluidt informeel verklaard: « Ik kan ontvangen wie ik wil. Er zijn geen regels. Er zijn geen straffen. » In een ander geval zou hij de uitsluiting van een groep hebben gerechtvaardigd omdat zij ‘problemen hadden in een lidstaat’ – een criterium nergens te vinden in de EU-wetgeving.
Deskundigen waarschuwen dat dergelijke opmerkingen duiden op een verschuiving van institutionele onpartijdigheid naar persoonlijke poortwachter.
Onpartijdigheid en non-discriminatie: een wettelijke verplichting
De noodzaak van neutraliteit en gelijke behandeling binnen het EU-bestuur is goed gedocumenteerd. Als Humanisten Internationaal – Europa opmerkingen:
“De neutraliteit van de instellingen van de Unie met betrekking tot religieuze of filosofische overtuigingen is de enige garantie voor religieuze vrijheid en vrijheid van denken.”
Selectieve of inconsistente toegang tot de door het Verdrag opgelegde dialoog kan daarom een inbreuk vormen op dit beginsel onpartijdigheid, non-discriminatieen de plicht tot neutraliteit bindend voor alle EU-ambtenaren.
Transparantie versus discretie: een risico op discriminerende resultaten
Wetenschappers waarschuwen er al lang voor dat buitensporige administratieve discretie aanleiding geeft tot beschuldigingen van ongelijkheid. Professor Kim Lane Scheppele van Princeton University benadrukte dat: “Transparantie verdrijft de angst dat discretie gemakkelijk in discriminatie verandert” ( Oxford Universiteitspers). Toch beschrijven verschillende organisaties een ‘gesloten deur’-aanpak, waarbij duidelijke criteria voor toegang of een transparante uitleg van weigeringen ontbreken.
In de Europees tijdschrift voor risicoreguleringonderzoeker Andrea Volpato waarschuwt verder: “Het openen van gesloten arena’s voor besluitvorming maakt publieke controle mogelijk over de uitoefening van publieke macht, waardoor het publiek willekeurige beslissingen kan detecteren en besluitvormers ter verantwoording kan roepen.” Wanneer de toegang tot de dialoog ondoorzichtig wordt, bestaat het risico van willekeurige of discriminerende uitkomsten neemt aanzienlijk toe.
Goed bestuur vereist meer dan juridisch minimalisme
De Europese Ombudsman heeft herhaaldelijk benadrukt dat de EU-instellingen verder moeten gaan dan de fundamentele legaliteit: “Europese instellingen moeten de rechtsstaat respecteren… Goed bestuur vereist echter meer van de instellingen dan alleen het vermijden van onwettig gedrag” (Europese Ombudsman). Dit principe is vooral relevant wanneer groepen jarenlang zonder succes de dialoog hebben gezocht, maar er geen formele reden voor de uitsluiting wordt gegeven.
Omleiding naar niet-competente services
Sommige organisaties melden dat verzoeken om de heer Depaigne te ontmoeten werden doorgestuurd naar de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) – een instelling met geen mandaat ten opzichte van artikel 17 VWEU, dat van toepassing is interne dialoogniet het buitenlands beleid. Volgens deskundigen op het gebied van het bestuursrecht is het sturen van burgers naar een niet-competente dienst in tegenspraak met de plicht van de Commissie om dat te doen vragen correct begeleiden en verzekeren gelijke toegang.
Structurele en reputatierisico’s voor de Commissie
Als de toegang tot de artikel 17-dialoog feitelijk afhankelijk is van de persoonlijke voorkeuren van één enkele functionaris, waarschuwen critici dat dit de Commissie kan blootstellen aan:
- bevindingen van wanbeheer
- klachten van ongelijke behandeling
- beweringen van reputatie inconsistentie met EU-waarden
- controle van de Europese Ombudsman of De tuchtraad van DG HR
Als academisch Odile Ammann opmerkingen in Europese Papers: “Een beperkte focus op transparantie is misleidend en negeert andere fundamentele democratische waarden, zoals gelijkheid.” Deze waarschuwing resoneert sterk met de beschuldigingen die nu naar voren komen rond het beheer van de Artikel 17-dialoog.
Een oproep tot overzicht en duidelijkheid
In de kern is artikel 17 niet symbolisch. Het is een Verdragsverplichting. De door de Verdragen verleende rechten kunnen niet afhankelijk zijn van persoonlijke discretie, nationale controverses of informele voorkeuren.
Nu de druk toeneemt, roepen actoren uit het maatschappelijk middenveld en juridische waarnemers nu op tot actie groter toezicht, duidelijkere criteriaEn institutionele waarborgen die ervoor zorgen dat elke in aanmerking komende organisatie eerlijk, onpartijdig en transparant wordt behandeld.
Of de Commissie zal reageren met structurele hervormingen of een formele herziening van de praktijken valt nog te bezien. Maar de gestelde vragen raken de kern van het streven van de EU naar gelijkheid, neutraliteit en respect voor de grondrechten.
Oorspronkelijk gepubliceerd in The European Times.







