Ondanks vooruitgang op belangrijke gebieden blijft de Europese Unie (EU) waarschijnlijk achter op schema bij het halen van de meeste milieudoelstellingen voor 2030, volgens de nieuwe beoordeling van het 8e MAP van het Europees Milieuagentschap (EEA). Toenemende klimaatrisico’s, langzame transities in productie- en consumptiesystemen en verzwakkende randvoorwaarden benadrukken de dringende behoefte aan sterkere, beter gefinancierde en snellere beleidsimplementatie.
De AEE heeft vandaag zijn rapport gepubliceerd beoordeling van de voortgang in de richting van de doelstellingen blootgesteld onder de 8e Milieuactieprogramma (MAP)waarin het kader voor het milieubeleid van de EU tot 2030 wordt vastgelegd. De voortgang wordt beoordeeld op basis van een reeks indicatoren. 28 sleutelindicatoren en overeenkomstige doelstellingen op gebieden als de mitigatie van en aanpassing aan de klimaatverandering, een regeneratieve circulaire economie, nulvervuiling en een gifvrije omgeving, biodiversiteit en ecosystemen, evenals de milieu- en klimaatdruk die verband houdt met de productie en consumptie in de EU.
Uit deze derde jaarlijkse beoordeling van het EMA blijkt dat, zelfs als de EU doorgaat met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, het verbeteren van de luchtkwaliteit en het vergroten van het aandeel van de groene werkgelegenheid en de groene economie in de totale economie, de meeste milieudoelstellingen voor 2030 waarschijnlijk niet zullen voldoen aan hun doelstellingen.
Vergeleken met vorig jaar zijn de vooruitzichten voor drie indicatoren verslechterd, als gevolg van stagnatie in de milieu-uitgaven, een aanhoudende daling van de milieubelastingen en een toename van klimaatgerelateerde verliezen als gevolg van vaker voorkomende extreme gebeurtenissen. Geen van de 28 indicatoren vertoonde verbeterende vooruitzichten.
Ongelijke voortgang ten opzichte van doelen
Afgezien van specifieke dalingen laat het dashboard voor 2025 een ongelijk beeld zien van de vooruitgang op alle indicatoren.
Er wordt vooruitgang geboekt op het gebied van de mitigatie van de klimaatverandering, hoewel de vermindering van het landgebruik achterloopt op het schema. Aanpassingsinspanningen zijn onvoldoende naarmate de klimaatrisico’s toenemen. De voortgang naar een circulaire economie verloopt traag, terwijl het materiaalgebruik en de verspilling blijven toenemen. Alle biodiversiteitsdoelstellingen liggen waarschijnlijk buiten bereik. De productie- en consumptiedruk in de EU blijft hoog omdat het energieverbruik, de vraag naar materialen en belangrijke duurzaamheidsveranderingen niet snel genoeg verlopen om de doelstellingen voor 2030 te halen. Verzwakkende randvoorwaarden belemmeren de vooruitgang verder.
In het rapport wordt opgemerkt dat veel belangrijke beleidsinitiatieven pas onlangs zijn aangenomen en dat het enige tijd zal duren voordat de impact ervan werkelijkheid zal worden. De huidige trends weerspiegelen daarom zowel hiaten in de uitvoering als de toenemende druk van klimaatverandering en milieuverandering. Het rapport concludeert dat het behalen van de doelstellingen voor 2030 een veel snellere en beter gefinancierde implementatie van de bestaande wetgeving zal vereisen. Hoewel de EU haar beleidskader de afgelopen jaren aanzienlijk heeft versterkt, is het volledige effect van deze maatregelen nog niet zichtbaar en wordt de tijd om de doelstellingen voor 2030 te verwezenlijken snel kleiner.
Toegang tot het interactieve Dashboard van de 8e PAE
Over het 8e EAP
DE 8e Milieuactieprogramma (EAP) is het wettelijk overeengekomen alomvattende actiekader van de EU voor het milieubeleid van de EU tot 2030.
Het programma omvat een prioritaire langetermijndoelstelling: uiterlijk in 2050 goed leven binnen de planetaire grenzen. Het definieert ook zes prioritaire thematische doelstellingen voor 2030 en identificeert de voorwaarden die nodig zijn om deze te bereiken. Het is gebaseerd op de Europese Green Deal en heeft tot doel de groene transitie te versnellen en de toestand van het milieu te beschermen, herstellen en verbeteren.
De 8e Het EAP vereist dat de voortgang in de richting van prioritaire doelstellingen jaarlijks wordt gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met de randvoorwaarden en het algemene doel van systemische verandering.
Oorspronkelijk gepubliceerd in The European Times.



