De Europese instellingen voeren hun inspanningen op om de wettelijke controle op tabaks- en nicotineproducten uit te breiden. De ontwikkelingen in Brussel en bij de Wereldgezondheidsorganisatie COP11 laten zien dat de Europese Unie bereid is alle beschikbare wegen te gebruiken om het beleid op het hele continent vorm te geven. De combinatie van belastinghervormingen, productregulering en deelname aan mondiale onderhandelingen weerspiegelt een aanpak die veel verder gaat dan de traditionele EU-kaders.
Binnen de Unie zijn er twee belangrijke initiatieven die het huidige debat aandrijven. De herziening van de tabaksaccijnsrichtlijn en de invoering van accijnzen op ruwe tabak zouden de minimumaccijnstarieven op sigaretten verhogen en nieuwe belastingverplichtingen uitbreiden tot verhitte tabak, vapenvloeistoffen en nicotinezakjes. Ruwe tabak, die tot nu toe grotendeels aan nationale regels werd onderworpen, zou via TEDOR onder een Europees systeem vallen. De regeringen van Italië, Griekenland, Spanje en Polen hebben hun bezorgdheid geuit over de gevolgen voor landbouwregio’s en kleine bedrijven die betrokken zijn bij de verwerking en distributie. Verschillende hoofdsteden vragen zich ook af of de hervormingen de nationale flexibiliteit in het belastingbeleid beperken, een gebied dat historisch gezien onder nationaal gezag is gebleven.
Dit interne wetgevingsprogramma vond parallel plaats met de beweerde rol van de EU in internationale onderhandelingen. Tijdens COP11 in Genève, waar 160 partijen bij het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging samenkwamen, was de EU-delegatie actief tijdens de discussies over opkomende nicotineproducten. WHO-functionarissen en de NGO’s die hen steunen, hebben uitgebreide beperkingen op vapes, verhitte tabak en nicotinezakjes gepromoot. Deze omvatten voorstellen met betrekking tot smaken, verpakkingseisen, milieuregels met betrekking tot filters en apparaatonderdelen, en instrumenten voor uitgebreide verantwoordelijkheid.
Uit een uitgelekt intern document bleek later dat EU-functionarissen de delegatie hadden aangemoedigd om taal te steunen waarin strikte verboden of beperkingen op alle nieuwe nicotineproducten werden gepromoot. De tekst riep op tot beperkingen op de productie, import, verkoop, distributie en gebruik. Soortgelijke voorstellen werden tijdens voorbereidende besprekingen in Brussel uit het officiële mandaat van de EU verwijderd. Nadat het document onder de delegaties was verspreid, beschreven verschillende lidstaten de situatie als een procedurele mislukking en vroegen ze zich af of de Commissie en het Deense voorzitterschap van de EU-Raad in Genève resultaten probeerden te bereiken waarover consensus onder de nationale regeringen ontbrak.
Het incident bracht de bestaande verdeeldheid binnen de EU onder de aandacht. Sommige regeringen hebben gepleit voor het behouden van ruimte voor strategieën voor schadebeperking, daarbij verwijzend naar nationale resultaten die zijn bereikt met gereguleerde alternatieven voor roken. Er werd veelvuldig melding gemaakt van de vrijwel uitroeiing van het roken in Zweden dankzij rookvrije producten. Griekenland en Tsjechië hebben de nadruk gelegd op een vermindering van het roken na het aannemen van beleid waarin producten met een lager risico zijn opgenomen. Andere lidstaten steunden restrictievere standpunten, waarbij zij de zorgen van jongeren en de milieurisico’s die verbonden zijn aan wegwerpapparaten en filterafval benadrukken.
Naarmate de week vorderde, werden veel van de meer ambitieuze elementen van de COP11-voorstellen teruggeschroefd. Verschillende bepalingen zijn geherstructureerd als vrijwillige maatregelen die regeringen kunnen overwegen in plaats van bindende verplichtingen uit hoofde van het verdrag. Een voorgesteld verbod op filteren werd ingetrokken. De definitieve besluiten waren gericht op milieudoelstellingen, de financiering van tabaksontmoedigingsprogramma’s en verantwoordingsmechanismen op grond van artikel 19, terwijl bredere regelgevingsvoorstellen werden uitgesteld tot COP12 in 2027.
Ondanks deze veranderingen heeft de aanpak van de EU aanleiding gegeven tot voortdurende discussies. Critici hebben betoogd dat de bereidheid van de Commissie om restrictief taalgebruik internationaal te steunen, ondanks de bezwaren van verschillende lidstaten, de bereidheid onderstreept om veranderingen in de regelgeving na te streven via externe fora wanneer vooruitgang in Brussel moeilijker is. Waarnemers hebben ook de invloed opgemerkt van in Brussel gevestigde volksgezondheidsorganisaties, die actief zijn in zowel de EU-beleidsvorming als de WHO-raadplegingen en financiering ontvangen uit EU-programma’s.
De volgende fase van het Europese tabaks- en nicotinebeleid zal worden gevormd door de interactie tussen nationale wetgeving en internationale verplichtingen. Terwijl het werk aan TED, TEDOR en geplande updates van productregelgeving voortduurt, zullen regeringen moeten bepalen hoeveel gezag moet toekomen aan de EU-instellingen en hoeveel ruimte voor flexibiliteit er op nationaal niveau moet blijven. De richting van het EU-beleid zal afhangen van de vraag of de lidstaten de trend naar centralisatie versterken of ervoor kiezen een meer divers regelgevingslandschap in de regio te behouden.
Oorspronkelijk gepubliceerd in The European Times.






